ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ2455
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 15 jaar gevangenisstraf voor medeplegen moord en poging zware mishandeling
Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van de moord op [slachtoffer 1] die op 12 januari 2006 in Podgorica, Montenegro, werd geliquideerd. Tevens werd hij verdacht van medeplegen van een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 2], die op 30 september 1998 in Servië in zijn been werd geschoten. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte vanuit Nederland opdracht gaf voor de moord en een wezenlijke rol speelde bij de poging tot zware mishandeling.
De verdediging voerde meerdere procedurele verweren aan, waaronder overschrijding van de redelijke termijn, schending van het ondervragingsrecht, schending van het gelijkheidsbeginsel en onzorgvuldigheden in de verklaringen van een cruciale getuige. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de verklaringen van de getuige, ondanks tekortkomingen in de verbalisering, betrouwbaar waren in combinatie met andere bewijsmiddelen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. De bewezenverklaarde feiten betroffen medeplegen van moord en medeplegen van poging tot zware mishandeling. Gelet op de ernst van de feiten, de positie van verdachte in het criminele netwerk en eerdere veroordelingen, legde de rechtbank een gevangenisstraf van vijftien jaar op.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord en poging tot zware mishandeling.