ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ0391
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in indicatiestelling AWBZ wegens onvoldoende gemotiveerd besluit
Verzoekster, wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon met lichamelijke handicaps en een lichte verstandelijke achterstand, stelt zich op het standpunt dat de indicatie 2008 lager is dan de indicatie 2007 die nog geldig was tot oktober 2010. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder, die erkent dat het primaire besluit en het besluit op bezwaar onjuist en onvoldoende gemotiveerd zijn.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder eerst een juiste indicatie moet vaststellen voordat een nog geldende indicatie buiten werking kan worden gesteld. Daarom wordt de indicatie van oktober 2007 gehandhaafd gedurende de beroepsprocedure. Verweerder erkent tevens dat de ondersteunende begeleiding onterecht is geïndiceerd en dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de beschikbaarheid van buitenschoolse opvang.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en draagt op dat verzoekster en haar zoon behandeld worden alsof de indicatie van 2007 nog van kracht is. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W.J. van Brussel en is onherroepelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit wordt geschorst, waarbij de indicatie van 23 oktober 2007 gehandhaafd blijft gedurende de beroepsprocedure.