ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7066
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C.M. Rutten
- J.C. van den Bos
- J.J.M. Uitermark
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na deelname criminele organisatie skimming
De rechtbank Haarlem heeft op 7 mei 2009 uitspraak gedaan over de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder onherroepelijk was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met skimming. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van maximaal € 296.076,71, later gewijzigd tot € 144.738,29, maar de rechtbank stelde het definitieve bedrag vast op € 92.276,66.
Tijdens de schriftelijke voorbereiding en de terechtzitting voerde de verdediging verweer tegen de wijze van berekening van het voordeel, de toegepaste verdeelsleutel, en de toerekening van voordeel uit bepaalde deelzaken, met name zaak 19 en 23. De rechtbank verwierp deze verweren grotendeels, onder meer omdat uit het dossier bleek dat veroordeelde een actieve rol had in de criminele organisatie en ook daadwerkelijk voordeel had genoten.
De rechtbank wees de vordering met betrekking tot zaak 23 af, omdat niet duidelijk was welk bedrag vóór de aanhouding van veroordeelde op 3 maart 2008 was verkregen. Wel werd het bedrag uit zaak 18 meegenomen. De rechtbank concludeerde dat het wederrechtelijk verkregen voordeel ten minste € 92.276,66 bedroeg en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen. Vermindering wegens gemaakte kosten werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht € 92.276,66 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.