ECLI:NL:RBHAA:2009:BI5937
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet zelf bewonen woning na echtscheiding
De verhuurder ’s Winters Binnen Vastgoed II BV vordert ontbinding van de huurovereenkomst met twee huurders, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], omdat zij de woning niet steeds zelf zouden hebben bewoond. De huurders stonden samen als huurder geregistreerd sinds 1999. Na hun huwelijk in 2003 en echtscheiding in 2005 is de vrouw bijna drie jaar alleen in de woning blijven wonen, terwijl de man elders ging wonen en zich daar inschreef. De vrouw vertrok begin 2008, waarna de man de woning weer betrok.
De verhuurder stelt dat de huurders verplicht zijn de woning daadwerkelijk zelf te gebruiken en dat het ontbreken van een huisvestingsvergunning een bestuursrechtelijke kwestie is die buiten dit geding valt. De man betwist de vordering en stelt dat de woning steeds bewoond is geweest en dat de vergunningkwestie geen contractuele gevolgen heeft.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst geen expliciete verplichting bevat dat alle huurders steeds hun hoofdverblijf in de woning moeten hebben. Gezien de omstandigheden, vergelijkbaar met situaties na echtscheiding, is het niet ernstig genoeg om tot ontbinding te leiden. Wel is vastgesteld dat de man naliet zijn vertrek te melden, wat een toerekenbare tekortkoming is, maar niet ernstig genoeg voor ontbinding.
De kantonrechter ontbindt de huurovereenkomst met de vrouw die vertrok, omdat zij geen verweer voerde en de woning heeft verlaten. De vordering tegen de man wordt afgewezen. De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten, de verhuurder draagt de proceskosten voor de man. De zaak betreft een civiel huurgeschil met nadruk op gebruik en bewoning van de woning.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden jegens de vrouw die vertrok, de vordering tegen de man wordt afgewezen.