ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2817

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
22 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
409693 CV EXPL 09-66
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 FwArt. 29 FwArt. 313 juncto 26 FwArt. 350 lid 5 FwArt. 359 lid 1 sub c Fw
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing procedure wegens faillissement tijdens schuldsanering natuurlijke personen

PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland vordert betaling van een openstaand bedrag van €165,06 van gedaagde, die tijdens de procedure onder de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) viel en later failliet werd verklaard.

De vordering betreft voorschotnota's voor drinkwaterlevering en incassokosten. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat hij het pand per 1 juli 2007 heeft verlaten en dat de eigenaar de kosten zou overnemen. Tevens ontkent hij aanmaningen te hebben ontvangen.

De kantonrechter oordeelt dat het gedeelte van de vordering dat betrekking heeft op de periode vóór toelating tot de WSNP alleen via aanmelding ter verificatie kan worden ingesteld volgens artikel 313 juncto Pro 26 Faillissementswet. Voor de periode na toelating geldt artikel 359 lid 1 sub c Fw Pro, waardoor nieuwe schulden tijdens WSNP als faillissementsvorderingen gelden en eveneens via verificatie moeten worden ingediend.

Daarom wordt de procedure geschorst en verwezen naar de parkeerrol, totdat de curator de verificatie betwist of de faillissementsprocedure is afgerond.

Uitkomst: De procedure wordt geschorst vanwege faillissement en vorderingen kunnen alleen via verificatie worden ingesteld.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 409693/ CV EXPL 09-66
datum uitspraak: 22 april 2009
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
de naamloze vennootschap N.V. PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND
te Velserbroek
eisende partij
hierna te noemen PWN
gemachtigde Van Arkel gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
gedaagde partij
hierna te noemen [gedaagde]
procederende in persoon
De procedure
PWN heeft [gedaagde] gedagvaard op 8 december 2008. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft PWN schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.
De feiten
1. PWN heeft ten behoeve van [gedaagde] de levering van drinkwater verzorgd op het adres [adres] te [woonplaats].
2. PWN heeft [gedaagde] vanaf 21 juni 2007 tot 8 augustus 2008 in totaal een bedrag van € 136,36 aan voorschotnota’s in rekening gebracht.
3. Op 15 augustus 2008 heeft PWN een eindnota opgesteld voor het adres [adres] te [woonplaats]. Deze eindnota vermeldt dat een bedrag van € 45,31 aan [gedaagde] zal worden terugbetaald “na aftrek van evt. openstaande vorderingen”.
4. Op 16 oktober 2007 is [gedaagde] toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).
5. Op 17 februari 2009 is [gedaagde] van rechtswege failliet verklaard.
De vordering
PWN vordert, na haar vordering te hebben verminderd, (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 165,06. PWN stelt daartoe het volgende.
[gedaagde] heeft vanaf 21 juni 2007 tot 8 augustus 2008 in totaal een bedrag van (€ 136,36 - € 45,31 =) € 121,05 onbetaald gelaten. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] PWN genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. PWN heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 37,00. Deze kosten komen ingevolge de op de overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden dan wel krachtens de wet voor rekening van [gedaagde].
Voorts is [gedaagde] ingevolge de algemene voorwaarden de wettelijke rente verschuldigd. Deze bedraagt tot en met 26 november 2008 € 7,01.
Het verweer
[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe, kort samengevat en voor zover van belang, het volgende aan.
[gedaagde] heeft het pand aan de [adres] te [woonplaats] per 1 juli 2007 verlaten. Tot die datum heeft [gedaagde] alle facturen voldaan. De stand van de watermeter heeft hij doorgegeven aan PWN. De eigenaar van het pand, de familie Sluijter, zou alle vastrechtzaken overnemen. [gedaagde] heeft nooit aanmaningen van PWN ontvangen.
De beoordeling van het geschil
PWN heeft [gedaagde] gedagvaard gedurende de schuldsanering. Op het gedeelte van de vordering dat betrekking heeft op de periode vóór 16 oktober 2007 is artikel 313 jº 26 van de Faillissementswet (Fw) van toepassing. Ingevolge artikel 26 Fw Pro kunnen rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, gedurende de schuldsanering op geen andere wijze ingesteld worden dan door aanmelding ter verificatie.
[gedaagde] is lopende de onderhavige procedure van rechtswege failliet verklaard. Artikel 359 lid 1 sub c Fw Pro bepaalt dat, indien de schuldenaar ingevolge artikel 350 lid 5 Fw Pro in staat van faillissement komt te verkeren, nieuwe schulden, gedurende de toepassing van de schuldsanering ontstaan, niet zijnde boedelschulden, gelden als in het faillissement verifieerbare schulden.
Dit brengt mee dat ook het gedeelte van de vordering dat betrekking heeft op de periode ná 16 oktober 2007, ingevolge artikel 26 Fw Pro op geen andere wijze ingesteld kan worden dan door aanmelding ter verificatie.
Het voorgaande leidt ertoe dat de onderhavige procedure, gelet op het bepaalde in artikel
29 Fw, dient te worden geschorst. De procedure kan slechts dan worden voortgezet, indien de curator de verificatie van de vordering betwist.
Beslissing
De kantonrechter:
- schorst het geding;
- verwijst de zaak naar de parkeerrol van 24 juni 2009.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.