ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2483
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoeker wegens te late indiening verzoekschrift na sepotbeslissing
Verzoeker diende een verzoekschrift in op 22 december 2008 tot vergoeding van schade als gevolg van ten onrechte ondergane voorlopige hechtenis. De strafzaak tegen verzoeker was echter op 25 augustus 2008 geëindigd door een sepotbeslissing van de officier van justitie, waarvan de raadsman van verzoeker op die datum per fax op de hoogte werd gesteld.
De rechtbank stelde vast dat een gerechtelijk vooronderzoek niet had plaatsgevonden, waardoor de artikelen 245 en 245a Sv van toepassing zijn. Volgens deze bepalingen dient de officier van justitie de kennisgeving van niet verdere vervolging aan de verdachte te betekenen. In deze zaak was de kennisgeving niet aan verzoeker zelf betekend, maar wel aan zijn raadsman, die tevens in contact stond met verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat de mededeling aan de raadsman gelijkgesteld kan worden met kennisgeving aan verzoeker, zodat verzoeker op 25 augustus 2008 op de hoogte was van het einde van de strafzaak. Hierdoor begon de termijn van drie maanden voor het indienen van het verzoekschrift te lopen op die datum. Aangezien het verzoekschrift pas op 22 december 2008 werd ingediend, was dit te laat en verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk.
Daarnaast werd het mondeling ingediende verzoek ex artikel 591a Sv eveneens niet-ontvankelijk verklaard, omdat een dergelijk verzoek niet mondeling kan worden ingediend. De rechtbank verbond geen sancties aan het niet betekenen van de kennisgeving aan verzoeker zelf, omdat verzoeker niet in zijn belangen was geschaad.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzoekschrift na sepotbeslissing.