ECLI:NL:RBHAA:2009:BH3416
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke veroordeling voor bezit van vals Frans paspoort en identiteitskaart
Verdachte werd op 8 januari 2009 op Schiphol aangehouden met een vals Frans paspoort en een valse Franse identiteitskaart. Hij verklaarde via Irak, Syrië en Griekenland naar Zweden te zijn gereisd, zonder in Griekenland asiel aan te vragen vanwege vermeende slechte behandeling van asielzoekers daar.
De verdediging stelde dat het OM niet ontvankelijk moest worden verklaard omdat Griekenland geen veilig land zou zijn en verdachte slechts op doorreis was in Zweden. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte langer dan veertien dagen in Griekenland verbleef, waardoor geen sprake was van doorreis, en verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die Griekenland als veilig land beschouwt. Hierdoor werd het OM ontvankelijk verklaard.
De politierechter achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de reisdocumenten vals waren. Verdachte had deze via een mensensmokkelaar verkregen. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn vlucht uit Irak en wens om asiel aan te vragen, legde de politierechter een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en verdachte werd onmiddellijk vrijgelaten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden wegens bezit van valse Franse reisdocumenten.