ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1908
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding conceptnotitie binnen Belastingdienst in navorderingsaanslagprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de Belastingdienst over de jaren 2000, 2001 en 2003. Tijdens de procedure is discussie ontstaan over de vraag welke stukken als op de zaak betrekking hebbende stukken moeten worden aangemerkt en welke stukken nog ontbreken in het dossier.
Een centraal geschilpunt was de geheimhouding van een conceptnotitie van 19 april 2006, opgesteld door een projectleider binnen de Belastingdienst. Verweerder beriep zich op artikel 8:29 Awb Pro om deze notitie alleen aan de rechtbank te laten zien, omdat het een intern meningsvormend stuk betreft dat niet als definitief kan worden beschouwd. Eiser stelde dat de notitie wel degelijk relevant was en overgelegd moest worden.
De rechtbank heeft de conceptnotitie en de definitieve versie vergeleken en geoordeeld dat het belang van eiser bij inzage onvoldoende opweegt tegen het belang van verweerder om interne meningsvorming vrij te houden. De notitie bevat persoonlijke beleidsopvattingen en is niet toegepast in de zaak van eiser. Daarom is het beroep op geheimhouding gegrond en wordt de kennisneming beperkt tot de rechtbank.
Verder is vastgesteld dat andere stukken uit de discussiebase, waarvan de geheimhouding werd betwist, deels zijn vrijgegeven in geschoonde versies. De rechtbank verwees de zaak naar de meervoudige kamer voor verdere behandeling.
Deze beslissing bevestigt het belang van bescherming van interne beleidsvorming binnen de Belastingdienst tegenover het recht van de burger op inzage in processtukken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de conceptnotitie niet hoeft te worden overgelegd en beperkt de kennisneming tot de rechtbank.