ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1552
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van huisverbod op grond van de Wet tijdelijk huisverbod wegens dreiging van huiselijk geweld
De burgemeester van een gemeente heeft op grond van de Wet tijdelijk huisverbod aan verzoeker een huisverbod opgelegd voor de duur van tien dagen, omdat zijn aanwezigheid in de woning een ernstig en onmiddellijk gevaar zou opleveren voor de veiligheid van zijn partner. Verzoeker maakte bezwaar tegen het openbaar behandelen van de zaak, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van openbaarheid zwaarder woog dan het privacybelang van verzoeker.
Verzoeker ontkende de feiten die ten grondslag lagen aan het huisverbod en stelde dat het risicotaxatierapport onjuist was. De rechtbank stelde echter vast dat het proces-verbaal, dat op ambtseed was opgesteld en door de partner van verzoeker was bevestigd, voldoende feiten bevatte waaruit het gevaar bleek. Deze feiten betroffen onder meer fysiek geweld en bedreigingen.
Verzoeker voerde ook aan dat het huisverbod niet rechtmatig was opgelegd vanwege formele tekortkomingen en schending van het recht op privacy. De rechtbank verwierp deze bezwaren omdat de formele vereisten op het moment van het proces-verbaal nog niet aan de orde waren en het huisverbod een proportionele maatregel is ter bescherming tegen huiselijk geweld.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder proceskosten aan een van de partijen toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.