ECLI:NL:RBHAA:2008:BN3230
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Roke
- Rechtspraak.nl
Naheffing BPM wegens wijziging bestelauto naar personenauto bevestigd
Eiser kocht een auto die bij de RDW als bestelauto geregistreerd stond, maar de Belastingdienst stelde vast dat het voertuig feitelijk een personenauto was vanwege een zijruit aan de laadruimte. De auto was ingevoerd door een garagebedrijf en snel daarna op naam van eiser gezet, die de eerste kentekenhouder was. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag BPM op omdat eiser niet kon aantonen dat de auto bij een eerdere kentekenhouder al een personenauto was.
Eiser voerde aan dat hij vertrouwde op de registratie van de RDW en dat hij niets aan de auto had veranderd. Ook stelde hij dat tijdens de hoorzitting de indruk was gewekt dat de naheffingsaanslag zou worden vernietigd als hij kon aantonen dat de auto ten tijde van aankoop al een personenauto was. De rechtbank oordeelde echter dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat eiser de bewijslast niet kon leveren en dat het vertrouwen op de RDW-registratie niet doorslaggevend is.
De rechtbank wees erop dat artikel 12a van de Wet BPM bepaalt dat de belasting kan worden nageheven van de eerste kentekenhouder, tenzij deze kan aantonen dat de auto bij een eerdere houder al een personenauto was. Omdat de auto pas op naam van eiser stond en hij geen bewijs kon leveren van een eerdere ombouw, was de naheffing terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM aan eiser.