ECLI:NL:RBHAA:2008:BL3857
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- E. Jochem
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling loonbelasting en boete wegens niet-aangegeven dienstbetrekking CV-monteurs
Eiser, een ondernemer met een eenmanszaak in centrale verwarming, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting en een vergrijpboete wegens het niet aangeven van loon van twee personen, A en B, die werkzaamheden voor hem verrichtten. Het UWV voerde observaties en getuigenverhoren uit, waaruit bleek dat A en B feitelijk in dienstbetrekking stonden, ondanks dat zij niet in de loonadministratie waren opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een dienstbetrekking tussen eiser en A en B in 2005, waarbij een gezagsverhouding bestond en loon werd betaald. Voor 2004 werd vastgesteld dat A slechts een zinvolle dagbesteding had zonder volwaardig loon. Omdat eiser niet de vereiste aangifte had gedaan, werd het beroep in principe ongegrond verklaard, maar de rechtbank matigde de naheffingsaanslag en boete op basis van redelijke schattingen en overschrijding van de redelijke termijn.
De boete werd verminderd met 10% vanwege de lange duur tussen boete-aankondiging en uitspraak. De rechtbank wees het beroep toe door de naheffingsaanslag te verminderen tot € 9.128 en de boete tot € 4.107. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak biedt een duidelijke toetsing van de criteria voor dienstbetrekking en de toepassing van de omkering van de bewijslast bij niet-ingediende aangiften.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd en het beroep van eiser wordt gegrond verklaard.