ECLI:NL:RBHAA:2008:BG5414
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Otter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning vaderschap wegens uitsluiting biologisch vaderschap
De man verzoekt de rechtbank om de erkenning van het vaderschap van zijn dochter te vernietigen op grond van artikel 1:205 lid Pro b BW, omdat DNA-onderzoek heeft aangetoond dat hij niet de biologische vader is. Partijen hadden een relatie van eind 2002 tot begin 2006 en de man heeft het kind erkend in 2006. Na het uiteengaan ontstond twijfel over het vaderschap vanwege vruchtbaarheidsproblemen bij de man.
De vrouw verzet zich niet tegen het verzoek, maar is overtuigd van het vaderschap van de man. Een bijzondere curator is benoemd die adviseert het verzoek af te wijzen in het belang van het kind, dat een vader moet hebben, hetzij biologisch dan wel juridisch. De vrouw woont inmiddels samen met een nieuwe partner die de vaderrol vervult.
De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind niet wordt geschaad door vernietiging van de erkenning, omdat de man niet de biologische vader is en geen betekenisvolle rol speelt in het leven van het kind. Het kind is ingebed in het nieuwe gezin en beschouwt de nieuwe partner als vader. Daarom wordt het verzoek van de man toegewezen en de erkenning vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de erkenning van het vaderschap omdat de man niet de biologische vader is.