ECLI:NL:RBHAA:2008:BG4189
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.M. Burg
- E.B. de Vries - Van den Heuvel
- S.W.S. Kilic
- Rechtspraak.nl
Aanhouding bij uitreis met vals paspoort en toepassing artikel 31 Vluchtelingenverdrag
Verdachte werd op 28 juli 2008 op Schiphol aangehouden bij uitreis naar Canada met een vals Zweeds paspoort. Hij gaf direct toe dat het paspoort niet van hem was en verklaarde asiel te willen aanvragen in Nederland, nadat zijn oorspronkelijke intentie was om asiel in Canada te zoeken.
De rechtbank onderzocht of artikel 31, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag bescherming biedt tegen strafvervolging bij onrechtmatige uitreis met een vals paspoort, waarbij werd vastgesteld dat dit artikel primair ziet op onrechtmatige binnenkomst of verblijf, maar ook bescherming kan bieden bij uitreis uit een doorreisland zoals Nederland, mits aan voorwaarden wordt voldaan.
Verdachte verklaarde kortstondig in Zweden te zijn geweest en daar asiel te hebben geprobeerd aan te vragen, maar dit werd betwist. De rechtbank acht het noodzakelijk om nader onderzoek te doen naar de vraag of verdachte daadwerkelijk asiel in Zweden heeft aangevraagd, omdat dit van belang is voor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
De rechtbank besloot het onderzoek te heropenen en de zaak aan te houden totdat duidelijk is of verdachte in Zweden een asielaanvraag heeft ingediend. De behandeling wordt geschorst en de stukken worden aan het openbaar ministerie overgelegd voor verder onderzoek.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nader onderzoek naar de asielaanvraag van verdachte in Zweden en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd.