ECLI:NL:RBHAA:2008:BG1195
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslagen omzetbelasting voor hypothecaire diensten na onderscheid hoofddiensten
De rechtbank Haarlem behandelde beroepen tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd aan twee ondernemingen die diensten verrichten voor hypothecaire geldverstrekkers. Centraal stond de vraag of de activiteiten als één dienst of als twee afzonderlijke diensten moesten worden aangemerkt en of deze diensten vrijgesteld waren van omzetbelasting.
De rechtbank stelde vast dat het M-systeem twee hoofdmodules ondersteunt: de vervaardiging van offertes en de handelingen met betrekking tot betalingen en accessoire diensten. Deze modules zijn vanuit klantperspectief en vergoeding feitelijk te onderscheiden en vormen elk een zelfstandige hoofddienst. De vervaardiging van offertes betreft materiële en technische werkzaamheden die niet vrijgesteld zijn van omzetbelasting. De handelingen met betrekking tot betalingen en het beheer van hypothecaire leningen zijn uitgesloten van vrijstelling volgens artikel 11 Wet Pro OB en de Zesde richtlijn.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel met betrekking tot de vrijstelling, omdat de diensten niet vergelijkbaar zijn met die van paying agents. Tevens werd geoordeeld dat de omzetbelasting terecht is berekend over de ontvangen vergoeding en dat de naheffingsaanslagen voor de jaren 1998 tot en met 2000 verminderd moeten worden conform de berekening van verweerder.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres 2 ongegrond en die van eiseres 1 gegrond, vernietigde de uitspraken op bezwaar en bepaalde de nieuwe naheffingsaanslagen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Naheffingsaanslagen omzetbelasting worden verminderd en deels vernietigd na onderscheid van twee hoofddiensten in hypothecaire dienstverlening.