ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1393
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil en vrijheid van meningsuiting tussen advocaat en voormalige collega over dwangsommen
In deze zaak tussen twee voormalige samenwerkende advocaten ontstond een executiegeschil over verbeurde dwangsommen na een eerder vonnis dat bepaalde dat de advocaat bepaalde grievende uitlatingen niet mocht doen. De advocaat had uitlatingen gedaan die volgens de tegenpartij in strijd waren met dat vonnis, waarop beslag werd gelegd op zijn bankrekeningen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het eerdere vonnis niet zo ruim mocht worden uitgelegd dat elke uitlating die mogelijk suggereert dat de tegenpartij onderdeel is van een oplichtersbende of geestelijk niet stabiel is, verboden is. Uitlatingen met een redelijk doel en zonder onnodig grievend karakter zijn toegestaan binnen procedures tussen partijen, mede vanwege het grondrecht op vrijheid van meningsuiting.
Het beslag werd opgeheven omdat het op een zeer belastende en vexatoire wijze was gelegd, terwijl minder belastende alternatieven mogelijk waren. Tevens werd de tegenpartij veroordeeld tot betaling van administratiekosten en proceskosten. De vorderingen van de advocaat werden grotendeels toegewezen, met uitzondering van het meer of anders gevorderde.
Uitkomst: Het beslag op de bankrekeningen van de advocaat is opgeheven en de gedaagde is verboden executiemaatregelen te treffen zonder schriftelijke aanspraak op dwangsommen.