ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1382
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling vader en kinderen tijdens echtscheidingsprocedure
Partijen zijn gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen. Tijdens hun echtscheidingsprocedure ontstond een geschil over de omgangsregeling tussen vader en kinderen. De vader vorderde in kort geding een omgangsregeling van vrijdagmiddag tot maandagochtend om de veertien dagen, terwijl de moeder dit betwistte en stelde dat de regeling slechts voor de zomervakantie gold.
De moeder voerde aan dat de vader in zijn vorderingen niet-ontvankelijk verklaard moest worden, omdat hij een verzoekschrift bij de familierechter had kunnen indienen. Dit verweer kwam echter pas laat in de zitting en werd daarom niet gehonoreerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat het geschil inhoudelijk voldoende duidelijk was om een beslissing te nemen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het omgangsrecht een fundamenteel recht is en dat de door moeder genoemde vrees voor agressief gedrag niet voldoende was onderbouwd. De omgangsregeling werd daarom toegewezen, maar in een beperkte vorm: de vader krijgt eenmaal per twee weken het recht op omgang van zaterdagochtend 9.00 uur tot zondagavond 18.00 uur. Het verzoek van de moeder om een advies van de Raad voor de Kinderbescherming werd afgewezen.
De kosten van de procedure werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vader krijgt omgangsregeling om de veertien dagen van zaterdagochtend tot zondagavond; verzoek moeder om advies Raad voor de Kinderbescherming wordt afgewezen.