ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0681
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-toerekening van pensioen- en lijfrentevrijval aan eiser bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Eiser, 100% aandeelhouder van een BV, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd waarbij een bedrag van €26.109 aan pensioen- en lijfrenteaanspraken werd belast als prijsgegeven. De BV had deze verplichtingen niet meer op de balans per 31 december 2004 opgenomen, wat de Belastingdienst zag als prijsgeven van de aanspraken.
Eiser stelde dat hij deze aanspraken niet had prijsgegeven en dat zijn adviseur zonder zijn medeweten een fout had gemaakt bij de aangifte vennootschapsbelasting 2004. De adviseur had de pensioen- en lijfrenteverplichtingen laten vrijvallen en de BV administratief willen opheffen, maar dit was zonder instemming van eiser gebeurd.
De rechtbank oordeelde dat de gedragingen van de adviseur niet aan eiser konden worden toegerekend, omdat deze niet bevoegd was om namens eiser af te zien van zijn privé aanspraken. Ook was er geen aanwijzing dat eiser zelf de aanspraken had prijsgegeven of dat hij de schijn had gewekt dat de adviseur daartoe bevoegd was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en de beschikking revisierente, en veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten. De zaak benadrukt het belang van duidelijke volmachten en het onderscheid tussen fiscale en privé belangen bij pensioen- en lijfrenteaanspraken.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2004 is vernietigd omdat eiser zijn pensioen- en lijfrenteaanspraken niet heeft prijsgegeven.