ECLI:NL:RBHAA:2008:BE8524

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
31 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WTS-I-2007039190
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 30 Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissenArt. 31 Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissenArt. 3 Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelaatbaarheid en tenuitvoerlegging in Nederland van Spaanse gevangenisstraf voor handel in cocaïne

De rechtbank Haarlem behandelde op 31 juli 2008 de vordering tot verlof voor tenuitvoerlegging in Nederland van een onherroepelijke rechterlijke beslissing van de Arrondissementsrechtbank te Madrid. De veroordeelde, een Nederlandse staatsburger, werd in Spanje veroordeeld tot 9 jaar en 1 dag gevangenisstraf wegens bezit van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne bestemd voor handel.

De rechtbank stelde vast dat de Spaanse veroordeling voldoet aan de voorwaarden van het toepasselijke verdrag inzake overbrenging van gevonniste personen en dat het feit ook onder Nederlands recht strafbaar is gesteld volgens de Opiumwet. Zowel Spanje als Nederland stemden in met de overdracht en overname van de tenuitvoerlegging.

Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het werd gepleegd, achtte de rechtbank een vrijheidsstraf passend. Daarbij werd rekening gehouden met het feit dat de handel in cocaïne in Spanje als een zwaardere inbreuk op de openbare orde wordt beschouwd dan in Nederland, waardoor de opgelegde straf hoger is dan gebruikelijk in Nederland.

De rechtbank verleende verlof tot tenuitvoerlegging en legde een gevangenisstraf van 3 jaar op, waarvan 248 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden omtrent gedragsvoorschriften en toezicht door Reclassering Nederland. De tijd van voorlopige hechtenis en detentie in Spanje en Nederland wordt in mindering gebracht op de straf.

Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging van de Spaanse gevangenisstraf in Nederland en legt een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 jaar op.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Strafrecht
Locatie Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: WTS-I-2007039190
Uitspraakdatum: 31 juli 2008
Tegenspraak
Strafvonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 juli 2008 in de zaak tegen:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] te Breda,
wonende te [adres].
1. De vordering
Op 5 juni 2008 is ter griffie van deze rechtbank ontvangen de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem d.d. 4 juni 2008 dat de rechtbank verlof verleent tot tenuitvoerlegging van een ten aanzien van de veroordeelde gewezen onherroepelijke rechterlijke beslissing van de Vijftiende Afdeling van de Arrondissementsrechtbank te Madrid, Spanje, d.d. 11 december 2006, waarbij zij is veroordeeld tot een vrijheidsstraf voor de tijd van 9 jaren en 1 dag wegens het bezit van een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne bestemd voor de handel.
2. De identiteit van de veroordeelde
Uit de overgelegde stukken en de eigen opgave van de veroordeelde is gebleken dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit.
3. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Bij het onderzoek ter genoemde terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan derhalve in zijn vordering worden ontvangen.
4. De verdragsrechtelijke grondslag
De Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen voorziet in de mogelijkheid van tenuitvoerlegging van bovengenoemde Spaanse rechterlijke beslissing in Nederland en de veroordeelde bevindt zich in Nederland.
Ter fine van die tenuitvoerlegging voorziet het Verdrag inzake de Overbrenging van Gevonniste Personen, hierna te noemen het verdrag, in de mogelijkheid van overbrenging van de veroordeelde vanuit Spanje naar Nederland. Bij dit verdrag immers zijn zowel Nederland als Spanje partij en het verdrag is voor beide landen in werking getreden.
5. De toelaatbaarheid van de tenuitvoerlegging
5.1 Allereerst stelt de rechtbank vast dat de overgelegde stukken voldoen aan de door het toepasselijk verdrag gestelde voorwaarden.
5.2 Het feit waarvoor [veroordeelde] is veroordeeld, is naar het recht van Spanje strafbaar gesteld bij artikel 368 en Pro 369 lid 1 sub 6 van de Código Penal.
Het materiële feitencomplex dat aan de rechterlijke beslissing van de Vijftiende Afdeling van de Arrondissementsrechtbank te Madrid, Spanje, d.d. 11 december 2006 ten grondslag ligt, is naar Nederlands recht strafbaar en kan worden gekwalificeerd als opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, welk handelen als misdrijf in artikel 10 van Pro de Opiumwet strafbaar is gesteld.
5.3 De veroordeelde heeft bij gelegenheid van de behandeling van de onderhavige vordering ter terechtzitting de wens te kennen gegeven dat Nederland de tenuitvoerlegging van voormelde rechterlijke beslissing overneemt.
5.4 Blijkens de inhoud van de stukken die zich in het dossier bevinden, stemmen Spanje en Nederland in met respectievelijk de overdracht en de overname van de verdere tenuitvoerlegging van de straf, opgelegd bij voormelde rechterlijke beslissing, en met de overbrenging van de veroordeelde daartoe naar Nederland.
5.5 Ten slotte stelt de rechtbank vast dat overigens geen der gronden zoals bedoeld in artikel 30 lid 1 aanhef Pro en onder b, c en d van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen zich in casu voordoet.
De tenuitvoerlegging dient derhalve toelaatbaar te worden verklaard.
6. De toepasselijke verdragsbepalingen en wetsartikelen
Van toepassing zijn:
de artikelen 30 en 31 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen;
de artikelen 3 en 11 van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en
de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
7. Strafoplegging
7.1 De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van de veroordeelde, naar Nederlands recht geen andere straf op haar plaats is dan een die vrijheidsbeneming met zich brengt.
7.2 Bij de bepaling van de strafmaat neemt de rechtbank voorts in overweging dat veroordeelde – zoals blijkt uit vorenbedoelde rechterlijke beslissing – zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in cocaïne. Cocaïne is een voor de (geestelijke) gezondheid van personen schadelijke stof en de aangetroffen hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaat gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.
7.3 De rechtbank houdt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen vrijheidsbenemende straf rekening met de omstandigheid dat het bewezenverklaarde feit in Spanje als een zwaardere inbreuk op de openbare orde wordt beschouwd dan in Nederland. De op te leggen straf zal om die reden hoger zijn dan in Nederland onder overeenkomstige omstandigheden gebruikelijk is.
7.4 Tenslotte houdt de rechtbank ook meer in het bijzonder rekening met de hier van toepassing zijnde, in Nederland geldende, regeling met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidstelling, alsmede met de datum waarop veroordeelde naar verwachting in Spanje in vrijheid zou worden gesteld indien zij aldaar haar straf had moeten uitzitten.
Op grond van al het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.
8. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de tenuitvoerlegging in Nederland van de rechterlijke beslissing van de Vijftiende Afdeling van de Arrondissementsrechtbank te Madrid, Spanje, d.d. 11 december 2006, toelaatbaar;
- verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van die beslissing voor zover veroordeelde daarbij is veroordeeld tot een vrijheidsstraf;
- legt aan veroordeelde [veroordeelde] voornoemd, op een gevangenisstraf voor de duur van 3 JAREN, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 248 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat zij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dit nodig acht, ter zake het in de rechterlijke beslissing van Vijftiende Afdeling van de Arrondissementsrechtbank te Madrid, Spanje, d.d. 11 december 2006 ten laste van haar bewezenverklaarde feitencomplex;
- beveelt dat de tijd gedurende welke veroordeelde ter fine van vervolging en ter uitvoering van de haar opgelegde sanctie van haar vrijheid beroofd is geweest, te weten vanaf 21 maart 2006, alsmede de tijd die zij sinds haar overbrenging naar Nederland ingevolge de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen van haar vrijheid beroofd is geweest, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht.
9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. E.P.W. van de Ven, voorzitter,
mrs. A.C.M. Rutten en J.J. Dijk, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. L.L. de Vries en M.M.L.A. Zwiersen-Dekker,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 juli 2008.