ECLI:NL:RBHAA:2008:BE8339
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering 13e maand wegens onvoldoende bewijs van onderscheid op grond van duur arbeidsovereenkomst
Eiseres was gedurende een jaar in dienst bij DigiNotar op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zij vorderde betaling van een 13e maand, stellende dat DigiNotar in strijd met artikel 7:649 lid 1 BW Pro onderscheid maakte tussen werknemers met tijdelijke en vaste contracten. DigiNotar betwistte dit en stelde dat toekenning van de 13e maand afhankelijk is van deskundigheid en kwaliteiten, niet van de duur van het dienstverband.
De kantonrechter oordeelde dat DigiNotar niet heeft aangetoond dat de duur van het dienstverband doorslaggevend is voor het recht op een 13e maand. Eiseres heeft onvoldoende concreet bewijs geleverd voor het bestaan van ongerechtvaardigd onderscheid. Het primaire verweer van DigiNotar dat het onderscheid niet op duur maar op kwaliteiten berust, werd gevolgd.
De vordering tot betaling van de 13e maand werd daarom afgewezen. Wel werd DigiNotar veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging en rente over een onterecht ingehouden bedrag van €60,00 en een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten werden aan eiseres opgelegd omdat zij voor het grootste deel in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de 13e maand wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ongerechtvaardigd onderscheid.