ECLI:NL:RBHAA:2008:BD8823
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heijning-Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening maatschappelijke opvang voor verzoekster en minderjarige kinderen
Verzoekster, met twee minderjarige kinderen, diende een aanvraag in voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), omdat zij en haar kinderen recentelijk uit Groot-Brittannië waren teruggekeerd en zonder vaste woon- of verblijfplaats waren. Verzoekster stelde dat de nachtopvang niet geschikt was voor verblijf met kinderen en dat er sprake was van een noodsituatie die de gezondheid van de kinderen schaadde.
Verweerder liet weten dat een woning of pensionplaats geen voorziening is die op grond van de Wmo kan worden verstrekt en dat verzoekster zich kon melden bij de afdeling Sociale Zaken voor een pensionplaats. Verzoekster kwam niet in aanmerking voor een pensionplek vanwege criteria in de gemeentelijke richtlijn en werd geacht verwijtbaar dakloos te zijn geworden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster verbleef bij familie en kennissen, en het was niet gebleken dat deze opvang op korte termijn zou wegvallen. Ook was niet aangetoond dat de situatie van de minderjarige kinderen onhoudbaar was of hun welzijn in gevaar was. Verzoekster had bovendien zelf de verantwoordelijkheid om woonruimte te regelen bij terugkeer uit Groot-Brittannië.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek om een voorlopige voorziening moest worden afgewezen en dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening maatschappelijke opvang voor verzoekster en haar minderjarige kinderen wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.