ECLI:NL:RBHAA:2008:BD7098
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kingma
- Mateman
- Ten Voorde
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugstransporten
De rechtbank Haarlem behandelde een ontnemingsvordering tegen veroordeelde, die onherroepelijk was veroordeeld voor betrokkenheid bij drugstransporten met verschillende schepen. De ontnemingsvordering betrof het terugvorderen van wederrechtelijk verkregen voordeel tot een maximum van €1.225.000.
De rechtbank onderzocht de bewijslast voor diverse transporten, waaronder meerdere reizen met het schip [schip1] in 1998 en 1999, en met andere schepen zoals [schip2], [schip3] en [schip4]. Voor het bewezen verklaarde transport met [schip1] in 1999 werd vastgesteld dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel had behaald. Voor andere transporten, met name die in 1998 en met de schepen [schip2], [schip3] en [schip4], vond de rechtbank de verklaringen onvoldoende concreet en onvoldoende onderbouwd om betrokkenheid en voordeel aan te nemen.
De verdediging betoogde dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist was omdat geen rekening was gehouden met gemaakte kosten en dat veroordeelde niet over financiële draagkracht beschikte. De rechtbank verwierp deze verweren, oordeelde dat de arbeidsrechtelijke definities niet relevant zijn voor de ontnemingsvordering en dat de verdediging onvoldoende concrete kosten had aangetoond.
Op basis van verklaringen en rapportages werd het wederrechtelijk verkregen voordeel per geslaagd transport vastgesteld op ten minste 450.000 gulden (circa €204.200). De rechtbank legde veroordeelde op dit bedrag aan de Staat te betalen, zonder matiging, en wees de overige vorderingen af wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Veroordeelde moet €204.200 aan wederrechtelijk verkregen voordeel betalen aan de Staat.