ECLI:NL:RBHAA:2008:BD6571
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. van der Heijden
- M.H.L.C. Bijvoet
- M.J.A. Plaisier
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen invoer cocaïne met gebruik van brassbanduniform als dekmantel
Op 29 maart 2008 arriveerde verdachte samen met zes anderen op Schiphol, allen gekleed in het uniform van een brassband, terwijl zij bolletjes met cocaïne hadden geslikt. Verdachte verklaarde geen lid te zijn van de brassband, maar het uniform te hebben gedragen als dekmantel om ontdekking te voorkomen. De rechtbank stelde vast dat verdachte wist van de gezamenlijke smokkel en dat er sprake was van nauwe en bewuste samenwerking.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte medepleger was van de opzettelijke invoer van ruim 3,6 kilogram cocaïne, bestemd voor handel. Diverse proces-verbalen en deskundigenrapporten van het Nederlands Forensisch Instituut bevestigden de aanwezigheid van cocaïne bij verdachte en medeverdachten.
De rechtbank wees het verweer van verdachte af dat hij niet medepleger was en nam zijn eigen verklaringen en die van medeverdachten mee in het oordeel. Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast werden het vliegticket, instapkaart, verzekeringsbewijs en een telefoon verbeurd verklaard en de cocaïne en verpakkingsmateriaal onttrokken aan het verkeer.
De straf werd bepaald op basis van de ernst van het feit, de hoeveelheid cocaïne en de maatschappelijke gevaren van handel in verdovende middelen. Verdachte had geen eerdere veroordelingen in Nederland. De rechtbank achtte de opgelegde straf passend en proportioneel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden voor medeplegen van invoer van cocaïne.