ECLI:NL:RBHAA:2008:BD1730
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.S. Röell
- A.J. van der Meer
- L.M. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens niet bewezen toezegging betaling investeringen na echtscheiding
De man en vrouw waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2002 gescheiden. De vader van de vrouw vordert namens haar betaling van €50.000 wegens investeringen die de vrouw in woningen van de man had gedaan, gebaseerd op een afspraak die op 12 september 2002 zou zijn gemaakt.
Tijdens een bijeenkomst op die datum waren de man, vrouw, vader en een neef aanwezig. Drie getuigen bevestigen de afspraak, maar de man ontkent deze. De rechtbank weegt de verklaringen en constateert dat de vrouw in een brief kort na de bijeenkomst niet bevestigt dat de afspraak is gemaakt, en dat latere schriftelijke overeenkomsten deze afspraak niet vermelden.
De rechtbank acht de bewijslast bij de vader en concludeert dat de afspraak niet overtuigend is bewezen. Ook het ontbreken van schriftelijke vastlegging en de nauwe familieband van een getuige verminderen de bewijskracht. De vordering wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van €50.000 wegens niet bewezen toezegging af en compenseert de proceskosten.