ECLI:NL:RBHAA:2008:BD1222
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aansprakelijkstelling bestuurder voor naheffingsaanslag omzetbelasting na beëindiging bestuurderschap
Eiser was bestuurder van Y B.V. tot 1 september 2000, waarna de arbeidsovereenkomst onvrijwillig werd beëindigd. Aan Y B.V. werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van €134.145,60, later verminderd tot €27.051. Eiser werd aansprakelijk gesteld voor deze naheffingsaanslag.
Verweerder stelde dat eiser naliet tijdig melding betalingsonmacht te doen, waardoor een wettelijk vermoeden ontstond dat niet-betaling aan hem te wijten was. De rechtbank oordeelde dat uitstel van betaling tot 4 juli 2001 liep, waarna de betalingsverplichting 'herleefde'. Omdat eiser vanaf 1 september 2000 geen bestuurder meer was, kon hem geen verwijt worden gemaakt voor het niet doen van een melding betalingsonmacht.
Eiser slaagde erin het vermoeden te weerleggen door aan te tonen dat hij zich als goed bestuurder had gedragen en voldoende liquiditeiten aanwezig waren. Verweerder kon dit niet voldoende weerleggen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aansprakelijkstelling tot €3.611,74. Tevens werden verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling van eiser werd verminderd tot €3.611,74 wegens het ontbreken van verwijtbaarheid en beëindiging van het bestuurderschap.