ECLI:NL:RBHAA:2008:BC9634
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.P.M. van Rijn
- A.M. van Amsterdam
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondernemerschap eiser in belastingjaar 2001
Eiser maakte bezwaar tegen de voorlopige en definitieve aanslag inkomstenbelasting over 2001, waarin hij werd aangemerkt als ondernemer met een belastbaar inkomen van ƒ 215.888. De kern van het geschil betrof de vraag of eiser in 2001 voor zijn rekening een onderneming dreef.
De rechtbank stelde vast dat eiser in het verleden meerdere ondernemingen op zijn naam had staan en ook in 2001 werkzaamheden verrichtte die overeenkwamen met eerdere jaren. Hoewel de eenmanszaak in 2001 op naam van zijn dochter stond ingeschreven, was eiser het aanspreekpunt voor derden, regelde hij het personeel en was hij gevolmachtigde van de bankrekening. De aard van de werkzaamheden was niet gewijzigd en er was een aanzienlijke winst behaald.
Eiser voerde aan dat hij feitelijk geen ondernemer was en slechts uitvoerende werkzaamheden verrichtte, mede omdat hij deels in Polen verbleef. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende om het ondernemerschap te ontkennen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt ongegrond verklaard.