ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7046

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
18 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
144428
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287b FwArt. 304 Fw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing moratorium ter bevordering minnelijke schuldregeling ondanks twijfel aan goede trouw schuldenares

Schuldenares heeft gelijktijdig met haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium op grond van artikel 287b Faillissementswet. Dit moratorium is bedoeld om rust te creëren zodat zij een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers kan treffen.

De schuldeiser, Stadsverwarming, verzet zich tegen het verzoek en stelt dat schuldenares een betalingsregeling niet is nagekomen en dat zij niet te goeder trouw zou zijn geweest bij het ontstaan van een schuld aan de gemeentelijke sociale dienst. De rechtbank oordeelt echter dat deze omstandigheden niet verhinderen dat schuldenares de mogelijkheid krijgt een minnelijke schuldregeling te treffen.

De rechtbank legt als voorwaarde op dat schuldenares vanaf heden haar lopende verplichtingen jegens Stadsverwarming nakomt. Het moratorium wordt voor zes maanden van toepassing verklaard en kan vervallen bij intrekking van het verzoek of een definitieve beslissing op het verzoek tot schuldsanering. De mondelinge behandeling van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling is gepland op 16 september 2008.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het moratorium van artikel 304 Faillissementswet van toepassing voor zes maanden om schuldenares de kans te geven een minnelijke schuldregeling te treffen, onder de voorwaarde dat zij haar lopende verplichtingen nakomt.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht, unit insolventies
zaaknummer: 144428
Vonnis van 18 maart 2008
In de zaak van
[verzoekster],
wonende te [adres],
verzoekster
is door verzoekster tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).
1. Het verzoek
De gevraagde voorziening houdt in:
het van toepassing verklaren van artikel 304 Fw Pro.
Schuldenares heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij poogt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers overeen te komen dan wel – als dat niet lukt – toelating tot de schuldsaneringsregeling zal verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens schuldenares noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.
2. Het verweer
De schuldeiser – Stadsverwarming – op wie de gevraagde voorziening betrekking heeft, is opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. Zij is verschenen bij haar gemachtigde mr. M.W. Siebrands.
Stadsverwarming heeft zich tegen het verzoek verzet. Zij heeft aangevoerd dat schuldenares heeft ingestemd met een betalingsregeling, maar dat zij deze niet is nagekomen. Voorts heeft Stadsverwarming aangevoerd dat het verzoek dient te worden afgewezen, aangezien schuldenares ten aanzien van het ontstaan van een schuld aan de gemeentelijke sociale dienst van [plaatsnaam] niet te goeder trouw is geweest, hetgeen een uiteindelijke toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg zal staan.
3. Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat gevraagde voorziening noodzakelijk en gerechtvaardigd is teneinde schuldenares in staat te stellen in het minnelijk traject tot overeenstemming met haar schuldeisers over een minnelijke schuldregeling te komen.
Het verweer van Stadsverwarming dat schuldenares een betalingsachterstand heeft en een overeengekomen betalingsregeling niet nakomt, kan niet tot een ander oordeel leiden nu daarmee niet op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling, gelet op de aard en de omvang van de schulden, tot stand komt zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd zou zijn.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat schuldenares, zoals aangevoerd door Stadsverwarming, schulden zou hebben die niet te goeder trouw zijn ontstaan, er niet aan in de weg mag staan dat zij de mogelijkheid krijgt een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers overeen te komen.
Aan de gevraagde voorziening wordt de voorwaarde verbonden dat schuldenares vanaf heden de lopende verplichtingen jegens Stadsverwarming voldoet.
Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal thans nog niet worden beslist. De mondelinge behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op dinsdag 16 september 2008 te 9:30 uur. Indien de schuldenares gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met haar schuldeisers tot stand brengt, dient zij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te trekken.
4. Beslissing
De rechtbank:
-verklaart artikel 304 Faillissementswet Pro van toepassing op de tussen Stadsverwarming en schuldenares gesloten overeenkomst;
-bepaalt dat genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden;
-bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;
-bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt zolang aan de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar het moratorium betrekking op heeft, wordt voldaan;
-bepaalt dat degene die namens schuldenares de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk twee weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Candido en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2008.