ECLI:NL:RBHAA:2008:BC6087
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag bpm wegens belemmering intracommunautair handelsverkeer
Eiser werd op 3 januari 2005 gecontroleerd met een niet-geregistreerde personenauto waarvoor geen bpm was betaald. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag en boete op. Eiser stelde beroep in tegen deze aanslag en boete. De rechtbank stelde vast dat eiser ingezetene was en feitelijk beschikkingsmacht had over de auto tijdens gebruik op de Nederlandse weg, waardoor de bpm in beginsel verschuldigd is.
De rechtbank onderzocht vervolgens of de heffing in strijd was met het vrije verkeer van goederen binnen de EU, zoals beschermd door artikel 90 EG Pro. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie bleek dat een volledige bpm-heffing bij kortdurend gebruik in Nederland een belemmering vormt voor intracommunautaire handel. Hoewel geen directe discriminatie werd vastgesteld, ontmoedigt de last van bpm de verdere handel in de auto binnen de EU.
De rechtbank oordeelde dat de heffing onverenigbaar is met het EG-Verdrag en dat de wetgever minder ingrijpende maatregelen had kunnen treffen. De naheffingsaanslag en boetebeschikking werden vernietigd. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking bpm worden vernietigd wegens strijd met artikel 90 EG.