ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5587
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing vordering veearts op grond van zaakwaarneming bij verdoving koe
Op 19 november 2006 zijn drie koeien van [gedaagde] uitgebroken en terechtgekomen op het terrein van een woning aan het Liewegje 14 te Halfweg. Een van de koeien had een ladder om de nek. De bewoonster van die woning schakelde een veearts in die de koe verdoofde om de ladder te verwijderen. De veearts factureerde de kosten aan [gedaagde], eigenaar van de koeien, die de rekening betwistte.
De kantonrechter oordeelde dat de inschakeling van de veearts door de bewoonster op redelijke gronden gebeurde en dat de kosten daarvan voor rekening van [gedaagde] komen op grond van zaakwaarneming (art. 6:201 BW Pro). Echter, de beslissing van de veearts om de koe te verdoven werd niet als noodzakelijk erkend omdat onvoldoende was aangetoond dat onverwijld ingrijpen vereist was.
De kantonrechter stelde het bedrag van €150,- toe voor de kosten van de komst van de veearts, maar wees de kosten van het verdoven af. Daarnaast werden contractuele rente en een deel van de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd. De vordering werd aldus gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: Vordering gedeeltelijk toegewezen voor kosten veearts, maar afgewezen voor kosten verdoving wegens onvoldoende noodzaak.