ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5175
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlaging Wajonguitkering wegens arbeidsinkomsten
Verzoekster, die een Wajonguitkering ontvangt vanwege arbeidsongeschiktheid, kreeg haar uitkering verlaagd door verweerder omdat zij inkomsten uit arbeid had genoten. Verzoekster betoogde dat de verzekeringsarts haar had toegezegd dat zij deze inkomsten mocht gebruiken voor de bekostiging van haar studie, maar dit kon niet worden bewezen.
De rechtbank overwoog dat de verzekeringsarts geen dergelijke toezegging had gedaan en ook niet bevoegd was dit te doen. Verzoekster kon dit niet aannemelijk maken. Daarnaast was nog geen besluit genomen op haar verzoek om tegemoetkoming in studiekosten, maar dit was geen reden om de verlaging van de uitkering onjuist te achten.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en merkte op dat verweerder spoedig een besluit zou nemen op het verzoek om studiekostentegemoetkoming. Tevens werd een eerdere schorsing van het terugvorderingsbesluit ingetrokken. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de Wajonguitkering wordt afgewezen.