ECLI:NL:RBHAA:2008:BC5146
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling wegens onvoldoende draagkracht moeder
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige vanwege twijfels over de draagkracht van de moeder om de noodzakelijke medische zorg te bieden. De minderjarige heeft een lichamelijke achterstand, maar doet het momenteel goed en de medische zorg wordt adequaat gevolgd. De moeder ontvangt ondersteuning van haar ouders en heeft recent gezamenlijk gezag met de vader aangevraagd.
De kinderrechter constateert dat de situatie niet kindgebonden is, maar samenhangt met de draagkracht van de moeder. Het Hof had eerder de ondertoezichtstelling van de andere kinderen van de moeder afgewezen, omdat zij niet aannemelijk achtte dat de belangen van de kinderen ernstig werden bedreigd. De kinderrechter deelt deze zienswijze en acht geen gewijzigde omstandigheden aanwezig.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is onvoldoende aannemelijk dat gedwongen hulpverlening noodzakelijk is. De kinderrechter besluit daarom het verzoek van de Raad af te wijzen en de minderjarige niet onder toezicht te stellen.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de ontwikkeling van de minderjarige niet in gevaar is en de moeder voldoende ondersteuning krijgt.