ECLI:NL:RBHAA:2008:BC1786
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over effectenleaseovereenkomst en zorgplicht bank bij restschulden
De zaak betreft een lease-overeenkomst gesloten tussen [gedaagde] en Bank Labouchere N.V., rechtsvoorgangster van Dexia, waarbij aandelen werden geleased met een looptijd van 240 maanden. Na 35 maanden stopte [gedaagde] met betalen, waarna Dexia de overeenkomst beëindigde en een eindafrekening opstelde met een restschuld.
[gedaagde] vorderde vernietiging of ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van Dexia, stellende dat Dexia haar zorgplicht had geschonden en misleidend had gehandeld. Dexia vorderde betaling van de openstaande bedragen.
De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als huurkoop en oordeelde dat Dexia aansprakelijk is voor het handelen van de tussenpersoon Afab, die betrokken was bij het tot stand komen van de overeenkomst. De rechtbank verwierp de stellingen van misleiding, dwaling en misbruik van recht, maar stelde vast dat Dexia tekort was geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende te waarschuwen voor het risico van een restschuld en onvoldoende onderzoek te doen naar de financiële positie van [gedaagde].
De rechtbank bepaalde dat Dexia 30% van het nadeel moet dragen en [gedaagde] 70%. De vordering van Dexia werd gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van €5.260,11 vermeerderd met rente, terwijl de vorderingen van [gedaagde] in reconventie werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Dexia draagt 30% van het nadeel en [gedaagde] 70%; vorderingen deels toegewezen en deels afgewezen.