ECLI:NL:RBHAA:2007:BD3668
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontheffing populatiebeheer ganzen wegens ontbreken alternatieve oplossing
De zaak betreft een beroep van Stichting De Faunabescherming tegen een door gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende ontheffing aan de Faunabeheereenheid voor het doden van ganzen in het kader van populatiebeheer ter voorkoming van belangrijke landbouwschade.
De voorzieningenrechter oordeelt dat populatiebeheer geen zelfstandig belang is voor het verlenen van een ontheffing op grond van artikel 68 van Pro de Flora- en faunawet, maar slechts als middel ter voorkoming van schade kan dienen. De voorwaarde dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat, is niet vervuld omdat verweerder onvoldoende onderbouwing heeft gegeven dat preventieve maatregelen niet mogelijk zijn en dat de populatiebeheersmaatregelen effectief zijn.
De rechtbank stelt vast dat het Sovon-rapport juist geen verband legt tussen populatiegrootte en schade, en dat de beleidsnotitie en het faunabeheerplan geen overtuigende motivering bevatten. Daarom is het besluit voor zover het populatiebeheer betreft in strijd met de Awb en de Flora- en faunawet en wordt het vernietigd.
Daarnaast merkt de voorzieningenrechter op dat de ontheffing voor foerageergebieden nader onderbouwd moet worden, maar dit is voor de zaak niet meer relevant omdat de termijn is verstreken. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot ontheffing voor populatiebeheer van ganzen wordt vernietigd wegens het ontbreken van een onderbouwing dat geen andere bevredigende oplossing bestaat.