ECLI:NL:RBHAA:2007:BC3823
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing reisaftrek wegens ontbreken openbaar-vervoerverklaring en onvoldoende bewijs gelijkheidsbeginsel
Eiseres, werkzaam bij P B.V., heeft voor het jaar 2004 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen waarbij zij reisaftrek heeft geclaimd. Zij beschikte niet over een openbaar-vervoerverklaring, maar over een reisverklaring van haar werkgever. De inspecteur weigerde de aftrek omdat eiseres feitelijk niet met openbaar vervoer had gereisd en geen plaatsbewijzen kon overleggen.
De rechtbank stelt vast dat de wettelijke regeling vereist dat de reisaftrek alleen geldt indien sprake is van reizen met openbaar vervoer, bewezen met een openbaar-vervoerverklaring of een gelijkgestelde reisverklaring. Omdat eiseres onregelmatig werkte en geen plaatsbewijzen kon tonen, voldoet zij niet aan deze voorwaarden.
Eiseres voerde subsidiair aan dat het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel haar recht op aftrek zouden rechtvaardigen. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een gedragslijn van de inspecteur die vertrouwen rechtvaardigt en dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiseres geen openbaar-vervoerverklaring kan overleggen en onvoldoende bewijs levert voor ongelijke behandeling.