ECLI:NL:RBHAA:2007:BC2561
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot medewerking aan ontslag uit hoofdelijkheid en toedeling woning na beëindiging samenwoning
Partijen hadden een affectieve relatie en woonden samen in een woning die zij gezamenlijk bezaten. Na beëindiging van hun relatie in 2004 bleef de vrouw met hun zoon in de woning wonen, maar zij verhuisde later naar een huurappartement. In een vaststellingsovereenkomst uit 2006 werd geregeld dat de man €125.000 aan de vrouw zou betalen en dat zij zou meewerken aan het ontslag uit hoofdelijkheid en toedeling van de woning aan de man.
De man betaalde het bedrag volledig, en de vrouw ondertekende een volmacht voor haar ontslag uit hoofdelijkheid. De hypotheekverstrekker weigerde echter medewerking, en de vrouw trok haar volmacht in. De vrouw ontbond vervolgens de vaststellingsovereenkomst, stellende dat de man niet binnen de gestelde termijn aan zijn verplichtingen had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de termijn in de overeenkomst alleen betrekking had op de medewerking van de vrouw en niet op een verplichting van de man. Omdat de man bereid was en in staat was om aan zijn verplichtingen te voldoen, was de ontbinding door de vrouw niet gerechtvaardigd. De vrouw werd veroordeeld om binnen zeven dagen mee te werken aan het ontslag uit hoofdelijkheid en de toedeling van de woning aan de man, met het vonnis als vervangende verklaring bij nalatigheid.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld om binnen zeven dagen mee te werken aan het ontslag uit hoofdelijkheid en toedeling van de woning aan de man, bij gebreke waarvan het vonnis in de plaats treedt van haar medewerking.