ECLI:NL:RBHAA:2007:BB2664
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- A.M. van Amsterdam
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen weigering aftrek bestuurdersaansprakelijkheid en waardering regresvordering
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van een Duitse GmbH, heeft in 1999 en 2000 betalingen gedaan wegens bestuurdersaansprakelijkheid aan Duitse fiscale autoriteiten. Voor het jaar 2001 heeft verweerder deze betalingen niet als aftrekpost in aanmerking genomen bij het vaststellen van het belastbaar inkomen. Eiser stelde zich op het standpunt dat deze betalingen als negatief loon in 2001 in mindering konden worden gebracht en dat de regresvordering op de GmbH op de nominale waarde moest worden opgenomen.
De rechtbank oordeelt dat uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting niet blijkt dat verweerder gedragingen heeft verricht die het vertrouwen van eiser rechtvaardigen dat de betalingen in 2001 aftrekbaar zouden zijn. Tevens is vastgesteld dat eiser pas vanaf 2001 binnenlands belastingplichtig is, waardoor de toepasselijkheid van de aftrek in 2001 niet kan worden aangenomen.
Verder is vastgesteld dat de GmbH reeds in 1997 in financiële problemen verkeerde, waardoor de waarde van de regresvordering per 1 januari 2001 nihil moet worden gewaardeerd. De rechtbank volgt daarmee het standpunt van verweerder en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.