ECLI:NL:RBHAA:2007:BB2644
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Baas
- Rechtspraak.nl
Betaling doorlopend krediet ondanks beroep op vernietiging door echtgenote
De zaak betreft een doorlopend krediet verstrekt door RBS aan gedaagde middels een creditcardovereenkomst. Gedaagde stelde zich op het standpunt dat zijn echtgenote de overeenkomst had vernietigd omdat zij geen toestemming had gegeven, een beroep gebaseerd op artikel 1:89 lid 1 BW Pro. De rechtbank oordeelde echter dat dit beroep niet slaagt omdat het afsluiten van een doorlopend krediet niet valt onder de rechtshandelingen genoemd in artikel 1:88 lid 1 BW Pro.
Daarnaast voerde gedaagde op dat hij zijn betalingsverplichtingen had opgeschort wegens vermeend schuldeisersverzuim van RBS door het niet verhogen van het kredietmaximum. Dit verweer werd verworpen omdat het niet verhogen van het kredietmaximum geen schuldeisersverzuim oplevert en bovendien niet is gesteld dat RBS in verzuim was gesteld.
De rechtbank stelde vast dat de vordering van RBS tot betaling van het openstaande bedrag inclusief rente terecht was en dat gedaagde de proceskosten moest dragen. De algemene voorwaarden van RBS werden geacht deel uit te maken van de overeenkomst, ondanks de stelling van gedaagde dat hij hiermee niet bekend was. Het vonnis werd uitgesproken door de kantonrechter C.J. Baas.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande kredietbedrag met rente en proceskosten.