ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1627
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- C.E. Heijning - Huydecoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering aan Duitse verzoekster wegens ontbreken rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Verzoekster, van Duitse nationaliteit, woont sinds 2004 in Nederland en heeft verschillende arbeidsrelaties gehad, maar werkte slechts 6 uur per week bij haar laatste werkgever. Zij vroeg een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand aan, welke door verweerder werden afgewezen omdat zij niet voldeed aan de criteria van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan en niet voldoende reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 11 WWB Pro en de Richtlijn 2004/38/EG alleen personen die als werknemer reële en daadwerkelijke arbeid verrichten of voldoende bestaansmiddelen hebben, recht hebben op bijstand. Verzoekster verdiende slechts € 370,20 per maand, minder dan 50% van de bijstandsnorm, en werkte minder dan 40% van een gebruikelijke werkweek, waardoor zij niet als werknemer kan worden aangemerkt.
Ook haar gezondheidsproblemen en beëindiging van het dienstverband bij ISS leiden niet tot een andere beoordeling. De rechtbank concludeert dat verzoekster geen verblijfsrecht ontleent aan de Richtlijn en dus niet gelijkgesteld kan worden aan een Nederlander voor bijstand. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Ten aanzien van de bijzondere bijstand voor verhuis- en opknapkosten is geen spoedeisend belang, omdat de kosten al zijn gemaakt en betaald. Het verzoek om een voorlopige voorziening hiervoor wordt niet-ontvankelijk verklaard. Ook het verzoek om slechts eenmaal griffierecht te betalen wordt afgewezen omdat de besluiten niet voortkomen uit één samenstel van feiten.
De uitspraak is definitief en er is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft en niet voldoet aan de criteria voor bijstand.