ECLI:NL:RBHAA:2007:BB1013
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.J.S. Korteweg-Wiers
- Rechtspraak.nl
Tijdelijke aanstelling ambtenaar wordt onterecht met terugwerkende kracht verlengd en dienstverband onrechtmatig opgezegd
Eiseres werd bij besluit van 21 maart 2005 tijdelijk aangesteld met een proeftijd van twaalf maanden. Na het verstrijken van de proeftijd bleef zij doorwerken, waarna verweerder bij besluit van 5 oktober 2006 de tijdelijke aanstelling met terugwerkende kracht verlengde. Eiseres maakte bezwaar tegen deze verlenging en tegen het opzeggen van haar dienstverband per 1 april 2007. De bezwarenadviescommissie adviseerde gegrondverklaring, maar verweerder verklaarde de bezwaren ongegrond.
De voorzieningenrechter oordeelde dat door het verstrijken van de proeftijd van rechtswege een aanstelling voor onbepaalde tijd was ontstaan, aangezien geen uitzonderingen van artikel 4 Barp Pro van toepassing waren. De met terugwerkende kracht verlengde tijdelijke aanstelling was niet mogelijk en bracht eiseres in een slechtere rechtspositie. Ook het ontslagbesluit was onrechtmatig omdat het niet voldeed aan het gesloten stelsel van ontslaggronden in het Barp.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en herroept de primaire besluiten van 5 oktober en 19 december 2006. Tevens stelde zij vast dat eiseres per 1 april 2006 een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd had. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De verzoeken om voorlopige voorziening werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de besluiten die de tijdelijke aanstelling met terugwerkende kracht verlengen en het dienstverband opzeggen, en stelt vast dat eiseres per 1 april 2006 een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd heeft.