ECLI:NL:RBHAA:2007:BA9012
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aansprakelijkheid en procesrecht bij ladingdiefstal in internationaal vervoer
In deze civiele vervoerszaak gaat het om een groepagezending van Zürich naar Nederland waarbij een partij computerprocessors werd gestolen tijdens het transport. Nederlandse ondervervoerders DVE en Rutten vorderen een negatieve verklaring voor recht om hun aansprakelijkheid te beperken, terwijl Delacher als Zwitserse vervoerder in reconventie schadevergoeding vordert die zij mogelijk in een Zwitserse procedure moet betalen.
De rechtbank beoordeelt eerst het incidentele beroep van Delacher op niet-ontvankelijkheid wegens vermeend misbruik van procesrecht door DVE en Rutten. De rechtbank oordeelt dat het vragen van een verklaring voor recht aan de Nederlandse rechter geoorloofd is en geen misbruik vormt, ook niet als dit wordt gedaan met het oog op een gunstiger oordeel dan in Zwitserland.
Vervolgens wordt het verzoek tot aanhouding van de procedure op grond van artikel 22 EVEX Pro beoordeeld. De rechtbank stelt vast dat zij niet als laatst aangezochte rechter kan worden beschouwd voor de conventionele vorderingen, zodat deze niet worden aangehouden. Voor de reconventionele vorderingen, die na de Zwitserse procedure zijn ingesteld en samenhangen met die procedure, wordt wel aanhouding uitgesproken. Andere verzoeken tot aanhouding worden afgewezen. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere conclusies.
Uitkomst: Verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring afgewezen, aanhouding uitgesproken voor reconventionele vorderingen, overige verzoeken afgewezen.