ECLI:NL:RBHAA:2007:BA8932
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Roelvink - Verhoeff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting bij gebruik voertuig tijdens schorsing
Eiser is houder van een personenauto die gedurende een periode geschorst was volgens de Wegenverkeerswet 1994. Tijdens deze schorsing is het voertuig gebruikt, hetgeen is vastgesteld door een controle. Eiser stelde dat zijn zoon, die vanwege een dwarslaesie in een rolstoel zit, de auto gebruikte en dat het voertuig normaal gesproken in Spanje wordt gereden. Desondanks blijft eiser als houder verantwoordelijk voor de motorrijtuigenbelasting.
De naheffingsaanslag is opgelegd over vier aaneengesloten tijdvakken van drie maanden, conform de wettelijke bepalingen. De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht is opgelegd en dat de wet geen ruimte laat voor matiging op grond van beperkt gebruik of bijzondere omstandigheden.
Daarnaast is een boete van 100% van het belastingbedrag opgelegd vanwege het niet voldoen aan de schorsingsvoorwaarden. De rechtbank vindt deze boete passend en geboden, ondanks de omstandigheden van de zoon van eiser. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden bevestigd.