ECLI:NL:RBHAA:2007:BA8402
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst na onderhuur door broer in woning van zus
De zaak betreft een huurwoning die oorspronkelijk was verhuurd aan de zus van de gedaagde, waarna de broer in de woning trok en de zus de huur opzegde. De kernvraag was of de broer als onderhuurder was gepromoveerd tot hoofdhuurder na beëindiging van de huur door de zus.
De rechtbank stelde vast dat de broer de woning feitelijk bewoonde als onderhuurder en na het einde van de hoofdhuur op grond van artikel 7:269 BW Pro tot hoofdhuurder werd gepromoveerd. Echter, vanwege de regels van woonruimteverdeling en het maatschappelijk belang van eerlijke toewijzing van schaarse woonruimte, kon van de verhuurder niet worden gevergd de huur met de broer voort te zetten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst met ingang van 1 januari 2008 eindigt en veroordeelde de broer tot ontruiming uiterlijk 31 december 2007. Tevens werd een lange ontruimingstermijn toegekend om hem gelegenheid te geven vervangende woonruimte te vinden. De broer werd tevens veroordeeld tot betaling van de huurprijs tot het einde van de huurperiode en in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de gedaagde moet de woning uiterlijk 31 december 2007 verlaten.