ECLI:NL:RBHAA:2007:BA7776

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
16 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
15/501460-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Van den Bos
  • Brouwer
  • Hijink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138b SvOpiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken deskundigenrapport bij cocaïne-invoer

Verdachte werd verdacht van het opzettelijk invoeren van een hoeveelheid cocaïne op 10 november 2006 te Schiphol. Bij controle werd een rode substantie aangetroffen aan de bodemplaten van zijn koffer, die door een douanebeambte met een MMC-test positief werd getest op cocaïne. Echter, een deskundigenrapport ter bevestiging ontbrak omdat de bodemplaten abusievelijk niet naar het Nederlands Forensisch Instituut werden gestuurd, maar vernietigd.

Verdachte verklaarde zelf dat hij cocaïne in zijn koffer had, maar gaf aan dit niet zelf te hebben vastgesteld, maar van een onbekende man te hebben gehoord die hem had voorgesteld de koffer te vervoeren. De rechtbank vond het ontbreken van een deskundigenrapport en het gebrek aan specifieke wetenschap bij verdachte over de aard van de substantie onvoldoende om wettig en overtuigend bewijs te leveren.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Tevens werd de inbeslaggenomen bagage en andere goederen aan verdachte teruggegeven, het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van een deskundigenrapport en onvoldoende bewijs dat de substantie cocaïne was.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
VESTIGING SCHIPHOL
SECTOR STRAFRECHT
MEERVOUDIGE STRAFKAMER
Parketnummer: 15/501460-06
Uitspraakdatum: 16 februari 2007
Tegenspraak
VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 februari 2007 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans gedetineerd in P.I. Haaglanden P.C.S. Unit 2.
1. Tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat
hij op of omstreeks 10 november 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Bewijs
Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Verdachte is op 10 november 2006 te Schiphol aangekomen vanuit de Dominicaanse Republiek. Bij onderzoek door de douane bleek dat aan de bodemplaten van zijn koffer een rode substantie bevestigd was. Een kleine hoeveelheid van deze rode substantie is getest door de douanebeambte met behulp van de MMC cocaïnetest. De test kleurde hierbij positief zodat aangenomen werd dat de stof vermoedelijk cocaïne bevatte. Echter, een deskundigenrapport inhoudende de bevestiging dat de rode substantie daadwerkelijk cocaïne bevatte, ontbreekt. Uit het aanvullend proces-verbaal van 13 februari 2007 van de opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar] blijkt dat er geen monsters van de substantie zijn genomen omdat de bodemplaten in zijn geheel naar het Nederlands Forensisch Instituut gestuurd zouden worden. De zending is echter abusievelijk niet naar het NFI gestuurd, maar vernietigd. Verdachte heeft weliswaar zelf verklaard dat hij cocaïne in zijn koffer had, maar heeft tevens verklaard dat hij dit niet zelf had geconstateerd maar had gehoord van de hem verder onbekende man die hem had voorgesteld de koffer te vervoeren. Gelet op het ontbreken van een deskundigenrapport en gelet op het ontbreken van meer specifieke redenen van wetenschap bij verdachte omtrent de aard van de bij hem aangetroffen stof, waarbij nog geldt dat de aangetroffen rode substantie op het eerste gezicht niet is te duiden als cocaïne, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een hoeveelheid cocaïne heeft ingevoerd.
Verdachte moet van het hem tenlastegelegde worden vrijgesproken.
De beslissing tot vrijspraak brengt met zich dat de onder verdachte inbeslaggenomen goederen aan hem teruggegeven dienen te worden.
4. Beslissing
De rechtbank:
Spreekt verdachte vrij van het hem tenlastegelegde feit.
Gelast de teruggave aan verdachte van:
– 5. 1.00 STK Label IBERIA bagage IB 187669;
– 6. 1.00 STK Label IBERIA bagage IB 187668;
– 7. 1.00 STK Telefoontoestel Kl: zwart SAMSUNG D500;
– 8. 1.00 STK Formulieren, IBERIA reisschema 0752323941757;
– 9. 3.00 STK Vliegticket electron. Op naam van [verdachte];
– 11. 1.00 STK Instapkaart, IBERIA;
– 13. 3.00 STK Notitie en memo;
– 14. 1.00 STK Kaart ORANGE simm 0606021340214f;
– 15. 1.00 STK Kaart LEBARA simm 0608101007980;
– 16. 1.00 STK Kaart T-MOBILE simm 8931162000051737415;
– 17. 2.00 STK Claimtag IBERIA ib 187668.
Heft op het bevel voorlopige hechtenis.
Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.
9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. Van den Bos, voorzitter,
mrs. Brouwer en Hijink, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. Valk,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 februari 2007.
Mrs. Brouwer en Hijink zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.