ECLI:NL:RBHAA:2007:BA6707
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Jansen
- Bakker
- Avedissian
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van dwang bij langdurige afhankelijkheidsrelatie in zedenzaak
De rechtbank Haarlem behandelde een zedenzaak waarin verdachte werd beschuldigd van het dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen over een periode van 1992 tot 2005. De tenlastelegging betrof verkrachting op grond van artikel 242 Sr Pro, waarbij sprake zou zijn geweest van een afhankelijkheidsrelatie vanwege verslaving en financieel beheer door verdachte.
De verdediging voerde aan dat de tenlastelegging deels verjaard was en dat de dagvaarding nietig zou zijn. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de feitelijke omschrijving voldoende aansloot bij artikel 242 Sr Pro. Het bewijs toonde aan dat er seksuele handelingen plaatsvonden, vaak tegen betaling, en dat er een afhankelijkheidsrelatie bestond, mede door het beheer van de financiën van het slachtoffer door verdachte.
Desondanks vond de rechtbank onvoldoende overtuigend bewijs dat het slachtoffer zodanige dwang heeft ervaren dat hij geen weerstand kon bieden. Factoren zoals het voortduren van seksueel contact tegen betaling, het terugkeren van het slachtoffer naar verdachte na tussenkomst van ouders, en het ontbreken van klachten tijdens de relatie, spraken tegen dwang.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en verklaarde de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. De uitspraak werd gedaan door mr. Jansen, voorzitter, en mrs. Bakker en Avedissian, rechters, op 6 juni 2007.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang in de zedenzaak.