ECLI:NL:RBHAA:2007:BA5466
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en waardering onderneming bij echtscheiding
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgemeenschap tussen partijen centraal na hun echtscheiding. De vrouw stelt dat het spaarsaldo op een en/of rekening reeds verdeeld is, terwijl de man betwist dat dit saldo contant is verdeeld en stelt dat de vrouw haar aandeel in het spaarsaldo aan hem verbeurt wegens verzwijging, op grond van artikel 3:194 lid 2 BW Pro. De rechtbank neemt het standpunt van de man als uitgangspunt, omdat de vrouw haar stelplicht niet heeft voldaan.
Verder is er overeenstemming over de verdeling van verschillende boedelbestanddelen zoals de vakantiewoning, kapitaalpolis, verzekeringen, inboedels en Shell-certificaten. De vrouw heeft zonder toestemming de personenauto verkocht voor een te lage prijs, waardoor zij de man € 2.000,-- dient te vergoeden. De Zwitserse bankrekening behoort niet tot de gemeenschap omdat deze in 2003 is opgeheven.
De economische waarde van de onderneming van de man is onderwerp van geschil. De rechtbank benoemt een deskundige om de waarde van de eenmanszaak te bepalen, inclusief de vraag naar goodwill, fiscale claims en kasstroomoverzicht. Partijen zullen ieder de helft van de kosten van dit onderzoek dragen.
De rechtbank bepaalt de peildatum voor de boedelwaardering op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en wijst de verdere behandeling aan tot september 2007. De vrouw verbeurt haar aandeel in het spaarsaldo en de rente, die aan de man worden toegekend.
Uitkomst: De vrouw verbeurt haar aandeel in het spaarsaldo, de auto wordt gewaardeerd op € 4.000,-- en een deskundige wordt benoemd voor de waardering van de onderneming.