ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9733
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M. Visser
- Rechtspraak.nl
Betaling van verzekeringspremies na ontbinding vennootschap onder firma
Tussen partijen bestond een vennootschap onder firma die per 30 november 2004 werd ontbonden. In een vaststellingsovereenkomst van 22 juni 2005 spraken zij finale kwijting over en weer af, maar regelden zij niet expliciet de afwikkeling van doorlopende verzekeringspolissen.
Na ontbinding bleven levens- en rechtsbijstandsverzekeringen doorlopen waarvoor eiser de premies betaalde. Eiser vorderde van gedaagde de helft van deze premies, terwijl gedaagde zich beroept op de finale kwijting en betwist dat hierover afspraken zijn gemaakt.
De kantonrechter oordeelt dat de finale kwijting niet ziet op nog niet geregelde doorlopende verplichtingen zoals verzekeringspremies. Volgens de wet kunnen na ontbinding premies hoofdelijk op vennoten worden verhaald en dienen zij onderling af te rekenen. Omdat partijen niets anders hadden afgesproken, moet gedaagde de helft van de premies betalen.
De wettelijke rente wordt vanaf 2 juni 2006 berekend en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.398,95 plus rente en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de doorlopende verzekeringspremies plus rente en proceskosten.