ECLI:NL:RBHAA:2006:BA3685
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling minderjarige bij vrijwillige hulpverlening
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een ondertoezichtstelling van een minderjarige, vanwege zorgen over de geestelijke gezondheid van de moeder die lijdt aan een Posttraumatische Stress Stoornis. De Raad achtte de huidige vrijwillige hulpverlening ontoereikend en wilde een gezinsvoogdijwerker inzetten om de belangen van de minderjarige beter te bewaken.
Tijdens de zitting verklaarde de moeder dat zij zelf hulpverlening had ingeschakeld, waaronder psychologische begeleiding en ouderbegeleiding, en dat ook de minderjarige speltherapie ondergaat. De school had geen zorgen over de minderjarige en de moeder was bereid verdere hulp te accepteren indien nodig. De vader maakte zich zorgen over de situatie en vond een ondertoezichtstelling wenselijk om de situatie te verbeteren.
De kinderrechter oordeelde dat vrijwillige hulpverlening momenteel wordt geaccepteerd en dat er geen aanwijzingen zijn dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. De maatregel is een ultimum remedium en mag alleen worden ingezet als minder ingrijpende middelen falen. Gezien de omstandigheden wees de rechtbank het verzoek af.
De beschikking werd op 6 december 2006 door de kinderrechter uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat vrijwillige hulpverlening wordt geaccepteerd en voldoende is.