ECLI:NL:RBHAA:2006:BA3453
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging testament afgewezen wegens ontbreken geestelijke stoornis en bedrog
De zaak betreft een geschil over de geldigheid van een testament dat erflater op 15 september 2003 wijzigde, waarbij hij zijn pleegzoon onterfde ten gunste van zijn geadopteerde dochter. Eiser vordert vernietiging van dit testament wegens vermeende geestelijke stoornis van erflater en bedrog door gedaagde.
De rechtbank stelde vast dat erflater, ondanks een eerdere TIA en een periode van verwardheid, op het moment van het opstellen van het testament handelingsbekwaam was. Dit werd ondersteund door de notaris en getuigenverklaringen die stelden dat erflater goed wist wat hij wilde. Medische rapporten toonden herstel na een depressie en geen aanwijzingen voor een geestelijke stoornis die de wilsvorming zou hebben beïnvloed.
Daarnaast faalde het bewijs voor bedrog. Eiser kon niet aantonen dat gedaagde erflater heeft gemanipuleerd of onjuiste informatie heeft verstrekt die tot herroeping van het eerdere testament leidde. De rechtbank overwoog dat uiterste wilsbeschikkingen niet vernietigbaar zijn wegens misbruik van omstandigheden.
De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van concreet bewijs en het ontbreken van een nader bewijsaanbod leidde tot deze beslissing.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van het testament wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs voor geestelijke stoornis of bedrog.