ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5975
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. van der Meer
- E.A. Coyajee-Kappers
- B. Vogel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen meervoudige kamer rechtbank Haarlem in strafzaak
In deze strafzaak heeft verzoeker op 13 december 2006 een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en leden van de meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid vanwege een persbericht over de zittingsdata, het gebruik van de term 'betrokkenen' door de voorzitter en vermeend inhoudelijk overleg tussen de voorzitter en de rechter-commissaris over een opdracht aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).
De rechtbank oordeelt dat het persbericht slechts de planning van de zitting betreft en dat afwijking van deze planning mogelijk blijft, waardoor hieruit geen partijdigheid kan worden afgeleid. Het gebruik van de neutrale term 'betrokkenen' door de voorzitter wordt niet als een aanwijzing voor partijdigheid gezien. Tevens is niet aannemelijk geworden dat er inhoudelijk overleg tussen de voorzitter en de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden dat tot vooringenomenheid zou kunnen leiden.
De wrakingskamer concludeert dat noch subjectief noch objectief sprake is van een grond voor wraking en wijst het verzoek af. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige kamer wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.