ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5326
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer tot bijschrijving ten onrechte ingehouden vakantie-uren tijdens ziekte
De werknemer, sinds 1980 in dienst bij Ahrend, vorderde bijschrijving van 40 vakantie-uren die door de werkgever waren afgeboekt tijdens een vermeende periode van arbeidsongeschiktheid in december 2004. De werknemer baseerde zijn vordering op een deskundigenoordeel van het UWV dat hem arbeidsongeschikt achtte van 17 tot en met 28 december 2004.
De werkgever betwistte de arbeidsongeschiktheid en stelde zich op het standpunt dat de bedrijfsarts, die eerder had vastgesteld dat er onvoldoende informatie was voor een periode van 12 dagen arbeidsongeschiktheid, zwaarder moet wegen dan het UWV-oordeel. De bedrijfsarts had aangegeven dat de werknemer vanaf 20 december 2004 passende werkzaamheden kon verrichten.
De kantonrechter oordeelde dat het UWV-deskundigenoordeel onvoldoende gewicht toekomt omdat het uitsluitend gebaseerd was op door de werknemer verstrekte gegevens, zonder consultatie van de bedrijfsarts of werkgever. Daarnaast was het UWV-oordeel ruim een half jaar na het bedrijfsartsrapport opgesteld zonder inzicht in de totstandkoming.
Daarom werd de vordering van de werknemer afgewezen en werd hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van het oordeel van de bedrijfsarts bij geschillen over arbeidsongeschiktheid en vakantie-uren.
Uitkomst: De vordering tot bijschrijving van 40 vakantie-uren wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.