ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5021
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Gemeente mag huurverhoging strandhuisjes doorvoeren bij tijdelijke huurovereenkomsten
De gemeente verhuurt jaarlijks van april tot oktober standplaatsen op het strand aan strandverenigingen en particulieren voor het plaatsen van strandhuisjes. De huurders stelden dat er sprake was van huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd, waardoor de gemeente niet eenzijdig de huurprijs kon verhogen.
De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomsten telkens voor bepaalde tijd zijn, waarbij het strandhuisje na afloop van het seizoen wordt verwijderd en het strand voor iedereen toegankelijk is. Er is geen sprake van stilzwijgende voortzetting voor onbepaalde tijd, mede gelet op de overeenkomst uit 1992 en het feit dat de huurprijs rekening houdt met de duur van de overeenkomst.
De kantonrechter verwierp het beroep op de doorkruisingsleer omdat de gemeente voldoende had toegelicht dat de huurverhoging een privaatrechtelijke maatregel is ter dekking van het exploitatietekort. Ook was de gemeente vrij om een marktconforme huurprijs te bepalen. De vorderingen van eisers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen van de huurders af en bevestigt dat de gemeente de huurprijs mag verhogen bij tijdelijke huurovereenkomsten.